Een warme apfelstrudel rechtstreeks uit de oven, knapperig vanbuiten en heerlijk sappig vanbinnen, is pure verwennerij. Dit klassieke Oostenrijkse gebak is de perfecte combinatie van dun, goudbruin deeg en een vulling van zachte appels, kaneel en rozijnen.
Je kan hem serveren met een bolletje vanille-ijs, een toef slagroom of gewoon puur, deze apfelstrudel brengt meteen een vleugje gezelligheid in huis. Je kan met dit recept onmiddellijk zelf aan de slag.
Voor de vulling heb je slechts een paar ingrediënten nodig: frisse appels zoals Elstar of Jonagold, rozijnen die je laat wellen in een scheutje rum of appelsap, suiker, kaneel en een handjevol gehakte walnoten voor extra crunch.
Het deeg kun je zelf maken door bloem, water, olie en een snufje zout te mengen tot een soepel geheel, maar als je weinig tijd hebt, werkt bladerdeeg ook prima. Nadat je het deeg flinterdun hebt uitgerold, verdeel je de appelvulling erover, rol je het geheel voorzichtig op en bestrijk je het met gesmolten boter voor een mooie goudbruine korst. Een halfuur in de oven en je keuken ruikt naar pure nostalgie.
De echte magie zit hem in de details: serveer je apfelstrudel warm, bestrooi hem royaal met poedersuiker en voeg er een romige vanillesaus aan toe voor de ultieme smaaksensatie. Een stukje Oostenrijkse traditie in je eigen keuken.